HomeOnderwerpenBeginnersrubriekHet eerste visje...

Het eerste visje...

Gepubliceerd in Cerianthus, oktober 2012

Het is altijd spannend als je naar de winkel gaat om je eerste visje aan te schaffen. Ik ga er van uit dat je alle voorbereidende verrichtingen in acht hebt genomen en de eerste fases goed bent doorgekomen om daadwerkelijk tot plaatsing over te gaan.
We horen nogal eens zeggen dat beginnende aquarianen alleen die vissen moeten aanschaffen die sterk en goed houdbaar zijn. Zelf geloof ik daar niet zo in. Het gaat om de voorbereiding, hoe je er mee bezig bent en de hoeveelheid tijd die je er in steekt. En wat is houdbaar? Een rekbaar begrip. Over wat voor periode praten we dan. Een paar weken, maanden, een jaar of veel langer? Belangrijk is dat je weet wat voor vis je eigenlijk wilt aanschaffen. Laat je goed voorlichten, dat kan door navraag bij leden van Cerianthus, het lezen van documentatieboeken of kijk eens op de diverse fora. Met welke gegevens ga je nu op pad? Daarover hieronder meer; zet die goed op een rij.

Om te beginnen: hoe groot is je aquarium. Nano-grootte, één, twee of drie meter? Dus weinig of veel liters zeewater? Dit is van belang in verband met de zwemruimte die de vis nodig heeft. Grote vissen hebben meer zwemruimte nodig dan kleine zwemmertjes en we vergeten wel eens (ook gevorderde aquarianen) dat bepaalde vissen erg groot kunnen worden.
Ligt het accent op een rifaquarium dan moet je van te voren weten of het visje ‘reefsafe’ is. Het is natuurlijk prachtig als je naar je nieuwe aanwinst kijkt en het rustig rond zwemt. Maar als je na een tijdje constateert dat de koralen niet met rust gelaten worden, dan vind je dat eigenlijk niet zo leuk meer. Ook al ziet onze zwemmer er prachtig uit. Wat dan? Belangrijk is dat je weet wat voor eisen het visje stelt aan zijn of haar omgeving. Ofwel voldoet je aquarium aan de eisen die bij het visje horen.

En tenslotte: of je een beginnende of een gevorderde aquariaan bent is op zich niet zo belangrijk. Wel of je overdag en dagelijks voldoende tijd kunt vinden. Of heb je alleen ’s avonds tijd om met je hobby bezig te zijn? In het eerste geval kun je vissen houden die een aantal malen per dag gevoerd moeten worden. In het laatste geval zal je er terdege rekening mee moeten houden om bepaalde vissen niet aan te schaffen.

Je gaat bij de handelaar naar binnen en ziet een prachtige vis. Die kun je daar niet laten en is nog goed houdbaar ook! Je neemt het mee. Een waarschuwing is hier op zijn plaats. Ga nooit over op impulsieve koop. Daar loop je grote risico’s mee. Ik spreek uit ervaring. Ooit heb ik me daar wel eens aan bezondigd en het gevolg was dat een kappersgarnaal en enkele kleine vissen snel naar de vissenhemel vertrokken en ik mijn aankoop met een vangklok uit het aquarium moest halen. Dus nooit doen. Laat even zitten en stel je goed op de hoogte wat het gedrag van zo’n vis zou kunnen zijn. Lees of vraag ook eens na wat het kleine visje doet als het groot is. Het gedrag kan veranderen door bijvoorbeeld territoriumdrift of hij gaat op latere leeftijd aan het koraal zitten. We kennen allemaal wel de kleine Picassodoktersvis, maar na verloop van tijd groeit het uit tot twaalf of dertien cm. Soms nog groter. Als je op vissenjacht bent schaf dan minimaal twee of drie vissen aan, waarvan je weet dat die goed bij elkaar passen. Eén vis is wel erg saai. Neem de moeite het gedrag van een vis te observeren; toont het zich agressief of maakt hij alleen wat schijnbewegingen om de andere bewoner te intimideren.

Schrijf eens voor jezelf op welke vissen je in je aquarium wilt houden. Begin dan met exemplaren die rustig hun plekje kunnen zoeken, zodat ze gewend zijn aan hun omgeving voordat je wat drukke of grotere vissen plaatst. Denk aan een Blennius (Escenius sp), zwart met oranje staart, die graag ergens een plaatsje wil zoeken in een holte van je levend steen en van daaruit de omgeving verkent. Als er al veel vissen rondzwemmen, kan het zijn dat hij zo schrikt bij het vrijlaten dat hij een holte in zwemt waar het niet meer uit komt. Dit heb ik meegemaakt bij een medeaquariaan. Vind je een Jack in the Box mooi, plaats die dan als eerste en zorg dat er een holte aanwezig is waar het zich kan verschuilen (de voorbereiding!) zodat hij daarna rustig kan bouwen en de omgeving kan verkennen. Een Jack heeft wat grotere koraalsteentjes nodig, die hij met zijn bek versjouwt, om te bouwen en een diepere bodem. Tijdens het overwennen, ik doe dat altijd in een vangklok, langzaam naar het holletje begeleiden. Het schuifje langzaam openen zodat de Jack het holletje kiest waar hij tijdelijk of heel lang zal blijven.
Als hij gewend is vindt hij bij een schrikreactie feilloos zijn holletje. Laat je een Jack na het overwennen gewoon los in het aquarium waar al vissen rondzwemmen dan loop je het risico dat hij aan de achterzijde van je steen verdwijnt en daar een hol zoekt of bouwt. Het kan ook zijn dat hij zo schrikt dat hij direct weg schiet achter de steen of uit de bak. Mocht je toch al vissen hebben, werk dan op de manier zoals ik hierboven heb aangegeven. In plaats van een vangklok kun je natuurlijk ook iets anders gebruiken.

PijlvisjesWil je wat rustige visjes denk dan aan bijvoorbeeld pijlvisjes (Nemateleotris magnifica of N. decora), die doorgaans in een koppeltje te houden zijn. Het zijn wel springers dus oppassen dat ze niet schrikken want ze kunnen de bak uitspringen. Verder hangen ze een beetje boven een plek waar ze bij gevaar snel in kunnen schieten.
Pitvisjes kunnen ook als koppel gehouden worden, maar ze vragen een gerijpt aquarium. Ze grazen de hele dag over de stenen op jacht naar voedsel. Maar ’s avonds word je soms beloond met een mooie balts vanaf de bodem naar boven in je aquarium. Prachtig om te zien. Of wat dacht je van pyjama kardinaalbaarzen, die in een groot aquarium met meerdere exemplaren gehouden kunnen worden en bij schemering heel mooi kleuren. Tegenwoordig zie je meer Kauderni’s die zich graag tussen de stekels van zee-egels verschuilen. Ikzelf vind ze wat moeilijker om te houden. De Royal gramma (Gramma loreto) is prachtig om te zien, blijft doorgaans in de buurt van zijn plek. Bouwt van alg een nest tussen of onder de stenen. Zwemt zelfs onderste boven onder een steen. Een pittig visje dat ook met een tweetal of zelfs meer, als je aquarium groot genoeg is, gehouden kan worden. Een visje waar je absoluut geen spijt van zult hebben. Een genot om naar zijn gedrag te kijken.

Je wilt de bodem mooi wit houden. Dan kun je bijvoorbeeld een zandhapper aanschaffen. Die zeeft het zand en haalt datgene er uit wat voor hem voedzaam is. Andere dieren kunnen hier ook weer van profiteren. Alleen moet je wel voor zorgen dat je bodem bestaat uit fijn koraalzand. Natuurlijk moet er ook bijgevoerd worden, maar dat geldt eigenlijk voor alle vissen. Goede zandomwoelers zijn ook bepaalde lipvissen. De gele lipvis bijvoorbeeld, die zich ’s avonds in de bodem verstopt. Hij doet dat doorgaans op een vast tijdstip, op dezelfde plaats en zeer snel. Erg leuk om te zien maar daarvoor heb je een wel een dikke bodemlaag (van niet te grof zand ) nodig waarin hij zich kan verstoppen. Dus moet je hiervoor een plekje creëren.

picassoOverigens niet alle lipvissen verschuilen zich in de bodem. De zeslijnsdwerglipvis (P. hexaetenia) bijvoorbeeld verschuilt zich tussen de stenen of achter koraal en blijft doorgaans lang zichtbaar. Toen ik een gele lipvis in mijn aquarium plaatste werd hij langdurig lastig gevallen door de hexaetenia. Na verloop van tijd was dat over op enkele “speldenprikken “ na. Ook de Cirrhilabrussoorten doen het goed. Pas op, er zijn lipvissen die heel groot worden. Dus goed van te voren nagaan wat je aanschaft.

Heb je er over gedacht om te zijner tijd garnalen te nemen? Dan kun je bepaalde vissen niet in je aquarium plaatsen. Koraalklimmers vinden die namelijk nog al eens lekker. Mijn rode koraalklimmer (Neocirrhitus armatus) ging er, na een lange tijd waarin het goed ging, met een vuurgarnaal vandoor. De C. falco doet het ook goed en de spitssnuitkoraalklimmer (O. typus) is ook een juweeltje om te zien.

Koraalvlinders hebben geen zwemblaas, daardoor zwemmen ze van het ene naar het andere punt. Van daar uit verkennen ze de omgeving met hun mooie draaioogjes. Een rifwachter (Calloplesiops altivelis) lust ook nog wel eens een garnaaltje. Vooral als garnalen vervellen dan zijn ze erg kwetsbaar. Een rifwachter kan jarenlang rondzwemmen. Die van mij is zeker 19 jaar en op dit moment met pensioen bij een andere aquariaan. Overigens wil ik hier wel kwijt dat het ook allemaal goed kan gaan, maar er zijn geen garanties. Het kan vroeg of laat gebeuren. Schaf je deze vissen aan vraag je dan af of het verstandig is om garnalen in je bak te houden. Want als zo’n vis een garnaaltje pakt, dan is het niet zijn schuld maar jouw schuld. Ook hier geldt: maak een keuze.

Ongetwijfeld heb je al algen in je aquarium en daar wil je wat aan doen. Er zijn heel wat vissen te koop die je kunnen helpen om het algenbestand op orde te houden. Een vraag die ik regelmatig krijg is ‘wat kan ik doen aan al die alg in de bak’. De bekendste algeneter is de Salarias fasciatus. Hij wordt ook wel eens de grasmaaier genoemd. Dat zegt dus genoeg. Die is de hele dag bezig met grazen. Maar is de alg op dan zul je moeten bijvoeren. Goede korte algengrazers zijn de Blennius (Escenius sp) of de geeloog borsteltanddoktersvis (Ctenochaetus strigosus). Als je alg hebt op je voorruit dan kun je de hapjes die van de alg op het glasgenomen zijn goed zien. Een grappig gezicht. De zeilvisdoktersvissen waaronder de bekende gele doktersvis (Zebrasoma flavescens) en de Z. veliferum mogen ook graag rond grazen, maar bijvoeren met groenvoer blijft noodzakelijk.

Dan zien we een mooie dwergkeizer. Leuke beweeglijke vissen en in diverse kleuren aangeboden van blauw, geel tot rood. De Centropyge argi is wat kleiner dan de C. bispinosus en de C. loriculus heeft een mooie rode kleur. Maar ze hebben allemaal dezelfde karaktereigenschap. Ze zwemmen doorgaans langs de stenen en koralen en het zijn algeneters. Dus als er algjes op bijvoorbeeld de zijkant van een doopvontschelp zitten of tussen wat koralen dan plukken ze er aan. Kort en snel. Ze zijn de hele dag bezig. Ze willen ook nog wel eens aan koralen plukken, vooral de sps-koralen. Dat kan betekenen dat die niet meer open gaan of beschadigd raken. Ze zijn mooi, sterk, geen openwaterzwemmers en je hebt ook kans dat ze de koralen gewoon met rust laten. Ik heb verscheidene dwergjes gehad en er erg van genoten. Het zijn ook blikvangers in je aquarium.

Wil je wat grotere vissen aanschaffen dan kun je denken aan de picassodoktersvis (P. hepatus) of Zebrazomasoorten of borsteltanddoktersvissen. Maar denk er aan, ze kunnen echt groot worden en vragen dus voldoende zwemruimte. Doktersvissen beschikken over een lang darmstelsel en die hebben ze niet voor niets. Houd er dus rekening mee dat ze naast dierlijk voedsel veel groenvoer moeten eten. Als je dat niet doet dan worden ze mager en na verloop van tijd ben je ze kwijt. Een blad andijvie (wel vast zetten), broccoli of spirulinavlokken worden snel verorberd. Maar het is wel genieten als je ze voor in het aquarium ziet zwemmen. Wil je twee gele dokters, schaf er één aan die iets kleiner is dan de ander. Bij gelijke grote kunnen ze nog wel eens bonje met elkaar hebben. Ga niet te snel over op de grote dokters als de Witborst- of Filippijnendoktersvis. Die zijn ontzettend mooi, maar moeilijk om te houden omdat ze o.a. door hun gevoelige dunne slijmlaag specifieke eisen stellen aan bijvoorbeeld het water. Ze hebben heel veel zwemruimte nodig en kunnen t.z.t. agressief gedrag vertonen. De zwembewegingen van deze vissen zijn prachtig om te zien. Stel je dus goed op de hoogte als je hieraan wilt beginnen.

Keizersvissen zijn ook niet direct aan te raden, want ze worden erg groot en kunnen later schade toebrengen aan koralen en eveneens agressief voor de dag komen. Ik weet het, ze zijn prachtig om te zien. Wil je een grote zwemmer denk dan eens aan een Vossekop (Lo vulpinus). Een vis die klein wordt gekocht maar echt groot kan worden en dus heel veel eet. Een prachtige geelzwarte vis. Goed houdbaar en sterk. Als hij groot is dan is hij vooral bij het voeren erg aanwezig en moet je opletten dat de rustige visjes ook voldoende voedsel kunnen bemachtigen. Een mooie vis en dan heb je ook wat rondzwemmen.

Blauw juffertjeDoorgaans vertelt men startende aquarianen om met juffertjes te beginnen. Deze visjes zijn oersterk, levendig, mooi van kleur en soms wordt nog aanbevolen om een groepje van deze visjes aan te schaffen. Buiten dat ze redelijk goedkoop zijn dien je er rekening mee te houden dat ze jarenlang mee gaan. Op zich natuurlijk geen bezwaar, maar als je ze als eerste visjes in je aquarium plaatst dan kan het zeer lastig zijn om er andere vissen bij te plaatsen. Juffertjes zijn territoriumvormend en zeer dominant aanwezig en dulden geen andere vissen in hun buurt. Vooral bepaalde soorten kunnen behoorlijk te keer gaan. Als je ze mooi vindt plaats het dan later in je aquarium. De andere vissen hebben dan hun plek gevonden en het juffertje moet nu zelf op zoek. In een rifaquarium zijn ze goed te houden. Begin niet aan een groepje want doorgaans blijven er slechts een tweetal over.

Tot slot nog onze anemoonvisjes. Als de kinderen mee gaan dan ben je bijna altijd het haasje want die driebandjes moeten er in. De driebandanemoonvissen (Amphiprion percula en A. ocellaris) zijn de meest geschikte visjes. Koop altijd twee exemplaren. Het grootste exemplaar ontwikkelt zich tot vrouwtje en als je eens je ruit schoon maakt, schrik dan niet want ze happen ter verdediging naar je hand. Het zijn visjes die graag in een anemoon verblijven, maar het kan ook zijn dat hun keuze valt op een van de grote leder- of LPS-koralen. De anemoon zoekt zijn eigen plek in het aquarium, dan kan op een plaats zijn die jij net niet wilt en dan zie je waarschijnlijk ook weinig van je anemoonvisjes.

anemoonvisHet is onmogelijk om alle vissen in ons aquaria te bespreken. Een aantal heb ik nu beschreven. Wil je een totaal ander soort visje stel je dan eerst op de hoogte voor je tot koop over gaat. Ook een goede handelaar kan je hierbij helpen.

Aan de hand van al die gegevens ga je naar een aquariumzaak. Hebben ze die vis dan voel je je al happy. Maar voor je gaat kopen ga je natuurlijk nog even checken: hoe ziet het visje er uit, zwemt het goed rond of hangt het ergens onder of boven in de bak, is het niet te mager bij de buik, heeft het geen ingevallen kop of beschadigde huid, is hij mooi op kleur, heeft het doffe of heldere ogen, heeft het schuurneigingen of een snelle ademhaling, een goede zwembeweging, geen overige verwondingen of andere in het oog opvallende afwijkingen, eet het als het gevoerd wordt. Dat laatste kun je rustig eens vragen aan de handelaar. Overigens groeit een beschadigde vin bijna altijd wel weer aan. Als het maar niet bloeddoorlopen is. Bij twijfel gewoon even wachten en een volgende keer nog eens kijken. Heb dus geduld.

Thuis gekomen is het dan rustig overwennen. Daar bijna niemand meer een quarantainebak gebruikt laat ik dat nu even buiten beschouwing. Er zijn twee manieren om het overwennen te doen. De een is de druppelmethode en de ander is de zak of bakje in het aquarium plaatsen. Bij de druppelmethode voeg je druppelsgewijs water uit het aquarium in het zakje of bakje zodat het zoutgehalte langzaam overeenkomt met het zoutgehalte van het aquarium. Na een half uurtje kun je overzetten. Wel eerst het bakje bovenin het aquarium plaatsen en een tijdje laten hangen zodat andere vissen hun “immigrant” kunnen aanschouwen. De andere methode is dat je de zak met vis boven in het aquarium plaatst, geleidelijk aan wat water uit het aquarium toevoegen zodat het zoutgehalte na een tijdje gelijk is aan het aquariumwater. Belangrijk is ook dat de temperatuur van het water met elkaar overeenkomt. Dan ook weer even laten wennen. Zelf voerde ik de vissen aan één kant van de bak en liet aan de andere kant, stromingspomp even uit, het nieuwe visje los. Daarna heerlijk genieten van je nieuwe aanschaf.

Ian Kerkhof

Ga naar boven