Rode flap

cyano

In ons aquarium is het een drukte van belang: vele vissen in allerlei n soorten en maten zwemmen er in rond, en er staan zoveel koralen op een vierkante meter als nergens in de oceanen te bekennen is. Dan praat ik nog niet over het microleven, hoewel dit eenzijdig van samenstelling is en er misschien wel weer veel minder aanwezig is in verhouding met de vissen en koralen.

Wanneer heb je een biotoop dat qua samenstelling en aantallen een beetje overeenkomt met de oceanen? Ik denk niet dat we dat ook maar benaderen. Om dit toch na te streven proberen we onze bak te vereenvoudigen en allerlei processen te beschrijven die er plaatsvinden. Hoewel, persoonlijk vind ik al die beschrijvingen van processen nogal ingewikkeld. Soms lijkt het wel of je een doctoraal in de chemie of biochemie nodig hebt om een zeeaquarium goed te onderhouden...

Dit is natuurlijk niet nodig, gelukkig kan het ook zonder deze diepgaande kennis en kom je met ons boerenverstand een heel eind en is het dan gewoon genieten. Als er dan toch iets misgaat, of er iets gebeurt wat je niet begrijpt ga je praten met je clubgenoten of zoek in de literatuur naar (de oplossing van) je probleem.

Zo ook bij mijn bak. Die draait op zich niet slecht maar een paar maanden geleden begon zich wat paarsrode gloed op de stenen af te tekenen; eerst weinig maar daarna steeds meer... Ik begon me al wat te ergeren maar dacht “dat gaat wel weer weg”. Wat meer filteren over watten, een “wodka-kuurtje” en minder voeren.

Maar helaas het ging niet beter , het breidde zich steeds verder uit. Dit terwijl de waterwaarden goed waren: fosfaat niet te meten, net als het nitraat. Dus nog maar minder voeren en meer water verversen, het moest tenslotte toch ergens van komen. Dit alles terwijl de vissen noch de koralen er ook maar enigzins last van schenen te hebben. Het resultaat was was juist nog méér flap! Want plotseling begonnen zich de bekende vellen te ontwikkelen. Natuurlijk ging heb ik ze regelmatig afgezogen, maar jawel hoor volgende dag waren ze anderhalve keer zo groot. Het werd tijd om er eens dieper in te duiken, de boeken erbij gehaald, en toen vond ik een artikel in een onlangs uitgekomen boek. Het was echter wel geheel in het Duits. Ik zal een korte samenvatting geven van dit artikel, want het geeft toch een verhelderende blik op onze vijand de flap.

cyanobacteria-lgDe flap, vroeger bekend als blauwalgen, is een algachtige bacterie in het zeeaquaria, en staat ook bekend als smeeralg. Blauwalgen zijn bacteriën die de mogelijkheid van fotosynthese in zich hebben. Ze bezitten geen celkern en behoren dan ook niet tot de algen of landplanten. In de natuur wordt de uitbreiding en vermeerdering van deze bacterie in toom gehouden door het planktonvirus cyanophage, een virus dat schijnbaar onvoldoende aanwezig is in onze bakken zodat de blauwalgen zich sterk soms kunnen uitbreiden.

Cyanobacteriën behoren tot de oudste levende wezens op onze planeet. Ze hebben in hun 3 miljard jaar oude evolutie enorme mogelijkheden ontwikkeld om zich aan te passen aan de meest verschillende omstandigheden en zijn behept met allerlei trukjes om moeilijkheden en problemen te omzeilen. In het zeeaquarium komt meestal de de soort Oscilaria voor, oftewel de rode smeeralge. Deze geeft een rode aanslag op alle oppervlakken die belicht zijn. Afzuigen alleen helpt meestal niet, omdat hun groeisnelheid zo groot kan zijn in een voor hen gunstig milieu dat de volgende dag weer een rood tapijt aanwezig is. Deze bacterieen kunnen dankzij een bepaald hulppigment ook met restlicht overweg waarbij de groene algen al lang een tekort aan licht hebben. Daardoor komen ze ook voor op minder belichte plaatsen in onze bak. In tegenstelling tot de echte algen kunnen ze vast elementaire stikstof omzetten in ammonium en op deze manier gemakkelijk overleven bij zeer lage hoeveelheiden nitraat. Bovendien leggen ze in hun cellen een voorraadje fosfaat aan voor moeilijkere tijden. Mocht dit te weinig blijken, dan kunnen ze door bepaalde biochemische reactie’s in sommige gevallen het benodigde fosfaat vervangen door andere stoffen, zodat ze de minimale hoeveelheid fosfaat gebruiken voor de essentieële reactie waarbij fosfaat nodig is. Hierdoor is een fosfaattekort op te vangen, zij het binnen bepaalde grenzen.

De lijst van trucjes die ze hebben is enorm lang en voor een deel nog steeds niet bekend. De splitsing die in aquariumland wordt gemaakt tussen de cyanbacterieen in “schoonwater” algen (in een nieuw en onbelast aquarium) en de smeeralgen (in een gerijpte oudere bak) is waarschijnlijk niet correct. Omdat de cyanobacteriën eigenlijk in beide gevallen door dezelfde factoren bevoordeeld worden.

De ontkoppeling van nitraat en fosfaat in aquariumwater

In ecologisch uitgebalanceerde zeeaquaria ontwikkelt nitraat en fosfaat zich in een bepaalde verhouding tot elkaar. In nieuw ingerichte bakken is het mogelijk dat de nitraatvermindering zeer snel plaatsvindt (bv. door ingebracht levend steen of een diepe zandbodem) terwijl tegelijk het fosfaat gehalte blijft oplopen zodat zich tussen het fosfaat en nitraat als het ware een schaar ontstaat (de ene stijgt en de andere daalt). Ook wanneer er absoluut gezien nog geen hoge waardes gemeten kunnen worden kan deze schaar ontstaan.e Hogere algen en wieren zullen zich dan niet ontwikkelen en ingebrachte wieren zullen wegkwijnen omdat er te weinig nitraat is. Cyanobacteriën daarentegen breiden zich in zulke omstandigheden wel uit omdat ze andere stikstofbronnen kunnen gebruiken.

Ook in gerijpte bakken kan zo een schaar ontstaan bv. bij eenzijdige filtratie van nitraatvermindering of bij grote waterwissels. Hierbij worden beide stoffen sterk gereduceerd. In het water met minder fosfaat zal uit het kalkhoudende gesteente meer fosfaat afgestaan worden en weer in oplossing gaan. Hierdoor zal de fosfaatconcentratie in enkele dagen weer het oude niveau bereikt hebben terwijl het nitraatgehalte nog op de lage waarde zal blijven. In beide gevallen is het resultaat hetzelfde, nl. een hogere fosfaatwaarde bij een lagere nitraatwaarde. Hogere algen en wieren die de voedselconcurrentie met de cyaanbacteriën aangaan hebben bij deze hogere fosfaat- en lagere nitraatwaarden een tekort aan stikstof. Terwijl de cyanobacteriën door de vaste elementaire stikstof zichzelf kunnen bedruipen. Zij leiden dan ook niet onder het stikstoftekort; in tegendeel, ze profiteren alleen maar van het wegkwijnen van de algen, doordat er nu meer CO2 voor hun beschikbaar is. Ook andere omstandigheden kunnen cyanobacterieen sterk laten groeien.Eén van de belangrijke oorzaken is de kleine soortenrijkdom van verschillende bacteriën. Want er zijn ook fotosynthetiserende bacteriën die vaste stikstof kunnen binden en hierdoor de competitie met cyanobacteriën aangaan. en voorbeeld is de bacterie Rhodospirillum rubrum. door deze in te brengen kan de smeeralg teruggedrongen worden. In veel gevallen is dus de cyano-explosie een gevolg van bacteriële verarming. Massavermeerdering van cyanobacteriën behoort ondanks alle vooruitgang in de aqauariumwereld nog tot een van de grootste moeilijkheden in onze hobby.

Tot zover dit artikel. Na het lezen van deze stof heb ik een sterke fosfaatbinder ingezet en ben aanzienlijk meer gaan voeren. En inderdaad: na 2 tot 3 dagen waren alle flapplakaten verdwenen. Nu nog de rode aanslag op de stenen. Als het zo is dat we flap op deze manier kunnen wegkrijgen, zonder onbekende chemische toevoegingen dan lijkt me dat toch een verbetering. Peter Brugmans