HomeOnderwerpenKoralen algemeenHet Caribisch gebied en zijn bijzondere onderwaterwereld, deel 2

Het Caribisch gebied en zijn bijzondere onderwaterwereld, deel 2

Roessler-II-Koraaletende papagaaivisWanneer je de zeeaquariumhobby bedrijft is het leuk en leerzaam om meer te weten te komen over de natuurlijke leefomgeving van de dieren die je houdt. Niet alleen omdat de beestjes je interesseren, maar ook omdat het kan helpen er voor te zorgen dat je kunstmatige systeempje (want dat is je bak tenslotte) op zoveel mogelijk onderdelen lijkt op de natuurlijke situatie. Dat helpt om je dieren gezond te houden. Yvonne las het boek over de koralen en riffen van de Cariben, van Carl Roessler

Deel 2: Riftypen en een stukje koraalgeschiedenis

Koraalriffen ontstaan in het algemeen in het ondiepe water vlak voor een kust. Hier vinden de koraallarven, die met de stromen worden aangevoerd, een stevige ondergrond om zich op vast te zetten en een nieuwe kolonie te stichten. Zodoende ontstaat er, evenwijdig aan de kustlijn, een smalle gordel van koraal. Behalve nieuwe koraallarven voeren de rusteloze stromingen ook dieren zoals sponzen, weekdieren en koraalvissen aan. Zo ontstaat in harmonie met het koraal een hele riffauna. Ondertussen zorgen de zon en de golven voor de benodigde zuurstof, eten en licht voor het koraal. Naarmate de koraalkolonies groter en weelderiger worden, breidt de rifgordel zich in de lengte en breedte uit. De snelste groei vindt plaats aan de zeezijde van de kolonie, waar de efficiëntste koralen met de hoogste stofwisseling de vereiste groeiomstandigheden aantreffen. Tegelijkertijd sterven aan de kust- of lijzijde alle snelle groeiers geleidelijk af tot alleen de taaie, trage soorten overblijven.

Het water in de lagune tussen de koraalbanken en de kust staat stil. De koralen zijn er door de massa kalkskeletjes van hun verwanten van de onmisbare branding afgesneden.

Op den duur zijn de oorspronkelijke kolonisten van de lagune door papegaaivissen en andere kalkverwerkers tot fijn kalkzand en afval vermalen. Met hun massieve, snavelvormige kaken knabbelen de papegaaivissen heel wat koraal kapot. Het levende deel verteren ze en de kalk wordt als koraalzand in enorme hoeveelheden uitgescheiden. Volgens schatting van onderzoekers produceert een enkele papegaaivis van gemiddelde grootte op deze wijze meer dan een ton zand per jaar. Geen wonder dus dat er in de buurt van lagunes zulke brede zandstranden en zandige ondiepten liggen. Omdat het zo dicht op de kust ligt, wordt het beschreven riftype een franjerif genoemd. Jonge riffen zijn meestal van dit type. Oudere riffen zijn veelal tot barrièreriffen uitgegroeid. Deze lopen nog wel evenwijdig aan de kust, maar liggen op aanzienlijke afstand. De lagune kan zijn uitgegroeid tot een kanaal van enkele honderden meters tot 150 km breedte, met een diepte van soms wel 60 m. Barrièreriffen zitten uiterst ingewikkeld in elkaar. Stormen, verwering en koraalvergruizende vissen bouwen met elkaar zandbanken op die op den duur het oppervlak bereiken. Na verloop van nog meer tijd zijn deze met kokospalmen, mangroves en andere landplanten begroeid en voorgoed vastgelegd. Vaak verschijnen er rondom zo’n jong eiland nieuwe franjeriffen.

Roessler-II-1

Een derde klassiek riftype is het atol. Dit is in veel opzichten nog interessanter dan de vorige twee omdat het ver van het continentale vasteland voorkomt en door wateren van duizenden meters diepte kan zijn omgeven. Een atol is ruwweg cirkelvormig, met steile buitenranden en van binnen een vrij ondiepe lagune. De ring wordt doorbroken door openingen (passen of kanalen) die grote hoeveelheden getijdewater doorlaten. Lange tijd heeft men gedacht dat atollen eenvoudigweg door opeenstapeling van talloze generaties poliepen uit heel diep water omhoog zijn gegroeid.

 Pas in 1842 wist Charles Darwin in zijn "Bouw en verspreiding van koraalriffen" alle bekende riftypen in één theorie te vatten. Uit Darwins onderzoek was gebleken dat de groei van koraalriffen is beperkt tot water van minder dan 50 m diepte. Dit feit bracht hij in verband met het wegzinken van hele vulkanen of kuststroken, een proces dat naar wij weten uit het hellen van de onderliggende continentale schollen voorkomt. Dit gaat zo langzaam in zijn werk dat een rif er soms in slaagt het wegzakken door zijn groei te compenseren. De plaats van de verdwenen vulkaan of landmassa wordt door afgestorven koraal ingenomen. Het samengaan van snelle koraalgroei en het wegzakken van de ondergrond verklaart zowel het ontstaan van atollen als dat van barrièreriffen. Het komt er volgens Darwin op neer dat er ter plekke ooit een franjerif langs een vulkanische of continentale kust heeft gelegen. Terwijl het land langzaam wegzonk groeide het koraal naar omhoog en opzij. Als het land maar niet te snel daalde kon de koraalgroei het wel bijhouden en ontstond er een barrièrerif met een diep, breed kanaal. In het geval van een vulkaan zou deze uiteindelijk onder de waterspiegel verdwijnen waardoor een ringrif oftewel een atol zou zijn ontstaan.

Roessler-II-2Darwins theorie had het echter zwaar te verduren toen de onderzoekers van de "H.M.S. Challenger" in 1872-1876 onderzeese bergen zonder koraal erop ontdekten. Door latere expedities werden boringen verricht die door voor- en tegenstanders van de diverse theorieën verschillend werden uitgelegd. Een van de belangrijkste theorieën was de ijstheorie die in 1919 door Reginald A. Daly naar voren werd gebracht. Daly ging ervan uit dat het landijs in de laatste ijstijd zulke reusachtige hoeveelheden water had vastgehouden dat de zeespiegel er een meter of vijfenvijftig van was gedaald. Hierdoor waren alle eerder gevormde riffen in het betreffende gebied gedood. Vervolgens kwam de voormalige oceaanbodem door het terugtrekken van het water dicht aan de oppervlakte waardoor de golven vrij spel hadden en door het droog gekomen kalk heen sneden tot er brede, hoge platformen voor de kust waren ontstaan. De gevolgen van dit proces zijn tot op vandaag te zien op Caribische eilanden als Bonaire, waar de zeeniveaus van vroeger door uitgespoelde plateaus in de koraalrotsen van het eiland worden aangegeven. Uiteindelijk vallen de ondermijnde kalkriffen om en worden ze tot kleine stukjes uiteen geslagen. Wat overblijft is een vlak platform, vlak onder de zeespiegel zoals weergegeven op de foto rechts, genomen langs de kust van Bonaire.

Roessler-II-3Op Bonaire zijn ten minste drie vroegere zeeniveaus boven het huidige zichtbaar en op 50 m onder de zeespiegel van de huidige Caribische zee ligt er ook een.

Verder nam de theorie van Daly aan dat er aan het einde van de ijstijd, bij het stijgen van de zeespiegel, nieuwe koralen op het onderwaterplatform groeiden. Volgens deze opvatting zijn alle moderne riffen minder dan 10.000 jaar oud. De theorie kwam goed van pas in de vele gevallen die een uitzondering op Darwins theorie lijken te vormen, met name in gebieden als de Bahama’s, waar de zeebodem stijgt. In Darwins en Daly’s kielzog zijn nog heel wat nieuwe theorieën en ontdekkingen gevolg. Zo ontdekte de duikbootkapitein H.H.Hess tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna 160 onderwaterbergen met een top op 1000 tot 2000 meter onder het huidige zeeniveau. Hess noemde ze guyots en nam aan dat hun platte top door de inwerking van golven was ontstaan. De bergen zouden onder water zijn geraakt doordat het zeeniveau met de opeenhoping van afzettingsgesteenten mee was gestegen. In 1951-1952 werden er ter voorbereiding van atoomproeven op het Enewetak-atol seismische proeven genomen om het Roessler-II-4effect van de bom vast te kunnen stellen. Hiervoor boorde men na het passeren van meer dan 1200 meter koraalkalk een bazalten onderlaag aan. Een andere belangwekkende ontdekking van de jaren vijftig was, dat de Midatlantische Rug en andere oceanische ruggen de jongste gesteenten van de zeebodem bevatten. Bovendien bleek dat de gesteenten van de zeebodem ouder bleken te zijn naarmate ze verder van deze seismische ruggen waren verzameld. Op grond van deze ontdekkingen werd de theorie van de continentverschuivingen geaccepteerd. Volgens deze logische gedachtegang welt er op de plaats van de midoceanische ruggen gesmolten gesteente op. Dit stolt vervolgens tot nieuw korstmateriaal, dat wordt toegevoegd aan de continentale schollen waarop onze continenten en oceaanbekkens zich langzaam verplaatsen. Door deze nieuwe geotectonische theorieën zijn de riffen opnieuw ingedeeld, nu in vier categorieën. Hierbij worden de atollen logischerwijs als oceanische vulkaanriffen beschouwd. Roessler-II-5Riffen van actieve vulkaanzones worden nu ingedeeld als mobiele gordelriffen en de riffen van de Bahama’s heten quasicratonisch (ontstaan door het rijzen van continentale schollen), terwijl het Groot Barrièrerif epicontinentaal wordt genoemd. Al met al heeft het meer dan een eeuw geredetwist en onderzoek gekost voor de door Darwin veronderstelde bodemdaling afdoende kon worden verklaard en zijn theorie kon worden bevestigd.

Koraalgeschiedenis

Om de koralen beter te leren kennen moeten we nog even op hun historische achtergronden ingaan en kijken hoe ze ondanks de vele ingrijpende veranderingen van de aardse omstandigheden wisten te overleven. Tegenwoordig weten we namelijk dat het leven op aarde in de afgelopen 2 miljard jaar ten minste vier maal grotendeels is uitgeroeid. Na elk keerpunt traden weer nieuwe soorten op de voorgrond. Twee miljard jaar geleden begonnen blauwgroene algen op grote schaal riffen met een gelaagde structuur te bouwen.

Roessler-II-7Deze stromatolieten werden bewoond door primitieve mobiele zeeorganismen, de archeocyathiden. De eenvoudige, maar stabiele rifgemeenschap verspreidde zich wijd over de aarde. Tot het eind van het Cambrium (600 miljoen jaar geleden), toen alle archeocyathiden door een onbekende oorzaak over de hele wereld werden uitgeroeid. In het Ordovicium (500 miljoen jaar geleden) verschenen nieuwe rifbewoners en met hen een ingewikkelder rifgemeenschap. Tussen de koloniewieren schoten kalksponzen, mosdiertjes en andere levensvormen op. Voor ons is hiervan de belangrijkste dat er twee orden koralen ontstonden. Het ging goed in de riffenbouw en tijdens het Siluur en Devoon (430-395 miljoen jaar geleden) waren de ondiepe zeeën met enorme rifgemeenschappen gevuld. Ook het Devoon, het Tijdperk van de Vissen, werd echter afgesloten met een massale slachting waaruit weinig rifsoorten levend te voorschijn kwamen.

Roessler-II-7Tijdens de hierop volgende perioden van het Carboon en Perm (resp. 345-280 miljoen jaar geleden) ontwikkelde zich een hele nieuwe zoutwatergemeenschap, die onder meer door zeelelies en mosdiertjes werd overheerst. Opnieuw sloeg het noodlot toe en voltrok zich de grootste ramp die het leven in zee ooit heeft getroffen. Meer dan vijftig procent van alle bestaande families stierf uit.

En weer begon een periode van herstel, het Mesozoicum of Tijdperk der Reptielen (225 miljoen jr geleden). Ditmaal werd aan het eind van het tijdperk ongeveer een kwart van de families, waaronder alle dinosauriërs, uitgeroeid. Over de oorzaak van de rampen is veel gespeculeerd. Vast staat alleen, dat ze niet noodzakelijkerwijs alle eenzelfde oorzaak hebben gehad.

Tot zover hebben we de koralen als functionele organismen en als fantastische bunkerbouwers bekeken. Dit geeft enig inzicht in hun rol als levende golfbreker voor de continentale kusten en als massieve atolcitadellen midden in de oceanen.

Deel 1 ging over de Koralen, riffen, eilanden en atollen.

In deel 3 kunnen jullie verder lezen over de koralen in twee andere rollen. Ten eerste in die als jager en prooi binnen de rusteloze oceanische gemeenschap, en ten tweede als tehuis, beschutting en ontmoetingsplaats voor de duizenden en duizenden soorten die er bescherming zoeken. Want het rif is ook het toneel voor de drama’s van de andere rifbewoners.

 

Ga naar boven