HomeOnderwerpenPlagen en ziektenRemedie tegen stip: warmte

Remedie tegen stip: warmte

Gelezen in De Zeester van mei 2001

Inleiding

Oodinnun ocellatum (stip) behoort tot de huidparasieten, waarvan in gevangenschap gehouden zeevissen last kunnen hebben. Deze dinoflagelaat, een met zweepdraden uitgeruste pansteralg, is verwant aan de zeevonk (noctulica) welke de veroorzaker is van het oplichten van de zee. Hij leeft op het huidoppervlak, groeit er op vast en is dan vaak (indirect) door het ontstaan van witte puntjes te lokaliseren. Deze puntjes worden gevormd door woekerende en afstervende huidcellen uit de omgeving van de parasiet, waarmee de gastheer zich tegen deze kwelgeest weert. De parasiet ontwikkelt zich en kapselt zich op de huid van de vis in, vervolgens deelt hij zich meerdere malen en na enkele dagen zwermen er nieuwe exemplaren uit die zich opnieuw op de gastheer vastzetten.

Dodelijke gevolgen

Deze explosieachtige manier van vermeerderen kan zeer gevaarlijk worden. Onderkent men het uitbreken van deze ziekte niet op tijd en worden er geen tegenmaatregelen genomen, dan zijn de vissen al snel met deze parasieten overdekt. De kieuwen, huid en hoornhuid van de ogen zijn dan al zo beschadigd, dat toediening van medicijnen alleen nog als euthanasie geldt. Het laatste is begrijpelijk als men zich realiseert dat ieder medicijn in principe een celgift is en dat de zwaar beschadigde slijmhuid van de vis niet meer in staat is om het binnendringen van het medicijn in het lichaam te verhinderen. Het feit dat een gezonde slijmhuid ook nog andere van levensbelang zijnde regulerende eigenschappen bezit wordt even buiten beschouwing gelaten.

Wat is er tegen te doen?

In de loop der tijd zijn er veel werkzame middelen tegen stip ontdekt o.a. methyleenblauw, kopersulfaat en zouten van kinine. Riseley (1971) beschrijft een praktijkvoorbeeld van een visexporteur die stip door middel van een warmtebehandeling (32 oC), gedurende twee dagen in een verduisterd aquarium, bestrijdt. Daarna wordt de temperatuur weer langzaam op normale waarden gebracht. Ofschoon deze behandeling volgens uitgevoerde proeven ook nog bij gevallen werkt die reeds in een vergevorderd stadium zijn, zijn er na publicatie van deze methode geen nieuwe meldingen gemaakt. Daarom lijkt het mij zinvol, deze goedkope en niet-giftige behandeling voor de aquaristiek te propageren.

Temperatuurstijging als remedie?

Zonder kennis van de hierboven geciteerde publicatie, die we pas na lang zoeken tegenkwamen, hebben wij door toeval in het "Exotanum" van de Frankfurter Zoo bij de behandeling van 2 juffertjes (Dascyllus aruanus) ontdekt, dat deze vissen een temperatuur van 34 oC gedurende 10 uur konden verdragen.
De parasieten in de huid konden hier minder goed tegen en gingen dood. In het vervolg wordt hierom bij een hernieuwd optreden van stip het effect van een temperatuurverhoging gericht beproefd.

Een gedegen experiment

Omdat bij het aankoopbeleid bewust geen dieren met stip worden gekocht om daar mee te experimenteren, hebben we alleen met op zichzelf staande gevallen te maken gehad. Bij de hierna volgende proefdieren is de eenmalig bij toeval toegepaste temperatuur van 34 oC uit veiligheidsoverwegingen verlaagt tot 32 oC en is de duur van de behandeling bij deze temperatuur niet overschreden. Bij alle dieren die we behandeld hebben was het stadium al zo ver gevorderd dat we een behandeling met medicamenten niet meer aandurfden daar de vissen dit zeker niet zouden hebben overleefd. Het hele huidoppervlak was min of meer met knobbeltjes overdekt, de vinnen gerafeld en licht ontstoken en de ogen vertroebeld.

Onze ‘proefdieren’

De volgende vissen zijn in een goed belucht aquarium behandeld:
Drie vleermuisvissen (Platax spec.), twee dieren gedurende 36 uur bij 32 "C en een dier gedurende 24 uur bij 34 oC. Een keizerssnapper (Lutianus spec.) gedurende 36 uur bij 32 oC, een zwartgevlekte murene (Cimnothorax favagineus) gedurende 36 uur bij 32 oC, een trekkersvis (Odonus niger) gedurende 36 uur bij 32 oC en twee juffertjes (Dascyllus aruanus) gedurende 12 uur bij 34oC.

De behandeling

Alle bovengenoemde dieren worden gewoonlijk bij een temperatuur van 23 - 25 oC gehouden. De temperatuur is in 4 - 8 uur, afhankelijk van de grote van de bak, op bovengenoemde waarden gebracht.
Na de behandelingsduur van respectievelijk 12, 24 of 36 uur is de verwarming uitgeschakeld. Gedurende de behandeling is er voor een uitstekende waterkwaliteit gezorgd. In het verslag van Riseley wordt de tijdsduur van de temperatuurbehandeling als ‘kort’ omschreven, dit doet vermoeden dat bovenstaande behandeltijden ook korter zouden kunnen.

Zichtbaar resultaat

Gedurende de behandeling treden vooral bij de vissen met een hoornhuid beschadiging, bloedingen in het oog op die echter na daling van de temperatuur weer verdwijnen. De stip op de huid verdwijnt gedeeltelijk. Door oödinium aangetaste delen vertoonden nog slechts een lichte troebeling, die na ongeveer een dag zijn verdwenen. De aandoening van de hoornhuid (troebele ogen) werd snel minder, liet los en er word een nieuwe heldere hoornhuid zichtbaar.

Conclusie: temperatuurstijging werkt!

Microscopisch onderzoek van de huid na de temperatuurbehandeling laten de conclusie toe dat bovengenoemde verhoging de parasieten doodt en deze samen met de beschadigde huid doet afstoten. Een andere mogelijke conclusie is dat door de hoge temperatuur de parasieten sneller rijpen en de gastheer verlaten. Door de hoge temperatuur zou tevens worden verhinderd dat de parasieten de vis opnieuw zouden infecteren.
Ga naar boven