HomeOnderwerpenVissenHet geslacht Pseudochromis, deel 1

Het geslacht Pseudochromis, deel 1

Door: Germain Leys.
Gepubliceerd in Cerianthus, juni 2011; eerder verschenen op http://reefsecrets.org.

In de systematiek van de vissen in de orde van de Perciformes (Baarzen) en de onderorde Percoidae vinden we de familie van de Pseudochromidae (Dwergzeebaarzen). Dalen we dan nog verder af in de systematiek dan vinden we de onderfamilie van de Pseudochrominae en het genus (of het geslacht) Pseudochromis. Dit genus willen we even onder de loep nemen. want het is het meest soortenrijke genus van de familie. Andere geslachten in deze familie zijn Assiculus, Cypho, Labracinus, Ogilbyina, Pictichromis, Pseudoplesiops en Trachinops.

Het genus Pseudochromis bevat ongeveer 59 geldige soorten (Gill 2004). Enkele jaren geleden is er een herverdeling geweest in de Pseudochromidae. Zo werden bijvoorbeeld sommige pseudochromissoorten overgebracht naar het geslacht Pictichromis, zoals onder andere P. diadema, P. paccagnellae en P. porphyrea en werd P. novaehollandiae ondergebracht bij het geslacht Ogilbyina. Hoewel ze nog vaak te koop worden aangeboden onder hun oude naam vallen ze toch niet binnen het bestek van dit artikel.

Vissen van het geslacht Pseudochromis zijn bij veel rifaquarianen populair omdat ze klein blijven, mooi van kleur zijn en vooral omdat ze de meeste lagere dieren met rust laten, ook de garnalen. Toch hebben ook deze visjes nog enkele ‘tekortkomingen’. Vele soorten hebben een ‘rottemperament’ en kunnen de hel doen losbreken tussen soortgenoten en gelijkgekleurde vissen, in het anders zo vredige gezelschapsaquarium.
pseudochromis-fucusHet zijn eerder klein blijvende soorten. De grootste is ongeveer 15 cm (P. persicus) maar meestal blijven ze echter tussen de 7 en de 10 cm lang, hetgeen ze uiterst geschikt maakt voor onze aquaria.
Ze komen voornamelijk voor in de Rode Zee, de Stille oceaan of de Indische oceaan. De grootste soortenrijkdom komt echter voor in het Westelijk deel van de Stille oceaan. Ze hebben daarenboven praktisch allen dezelfde biotoop, namelijk koraalformaties en rotspartijen op een zandige bodem.

Verschillende karakteristieken onderscheiden de dwergzeebaarzen van hun naaste verwanten. De meest opvallende is de peervormige oogpupil. Bovendien hebben ze schubben op de kop, een doorlopende rugvin met 2 â 3 stekels en 21 tot 37 zachte vinstralen en een onderbroken zijlijn.
Deze van nature schuwe vissen wagen zich nooit ver van hun schuilplaats. Het kleine formaat en de afwezigheid van anatomische verdedigingsmiddelen maken hen zeer kwetsbaar voor allerhande roofvissen. Een constant wakende levenswijze behoedt hen tegen “gegeten worden”.

pseudochromis-bitaeniatus


Vele dwergzeebaarzen vertonen “mimicry” (kleur- en gedragsnabootsing). Zo bootst de “smakelijke” Manonichthys paranox de “stekelige” Zwarte Dwergkeizer Centropyqe nox na. Hij bootst niet alleen het kleurpatroon na, hij zwemt ook zoals de dwergkeizer. Zo bootst ook Manonichthys splendens de Zwartrug keizersvis Chaetodontoplus mesoleucus na
Hoewel dwergzeebaarzen geen “poetsvissen” zijn werden er toch verschillende waarnemingen gedaan van P. aldabraensis, P. cyanotaenia en P. springeri die andere vissen poetsten. Mogelijk kadert dit gedrag ook in het nabootsen van onder andere Larabicus quadrilineatus en andere poetsvissen die eveneens iriserende blauwe strepen van kop tot staart hebben. Zo zouden ze minder last hebben om als prooidier beschouwd te worden.

Alle dwergzeebaarzen zijn territoriaal ingesteld en verjagen soortgenoten en alle indringers door staartslagen en uiteindelijk bekvechten (hier niet figuurlijk bedoeld.) In veel gevallen kan dat territorium het hele aquarium in beslag nemen. Hierdoor kunnen ernstige lichamelijke letsels ontstaan. Dwergzeebaarzen hebben ook een lage tolerantie voor lipvissen. Dit komt waarschijnlijk door het feit dat lipvissen visseneieren eten, en zeebaarsjes, die toch broedzorg uitoefenen, van nature genetisch geprogrammeerd zijn om broedrovers aan te vallen. Koop dus nooit een Pseudochromis zonder voldoende literatuur geraadpleegd te hebben. Uw aankoop zou wel eens een terreur in uw aquarium kunnen worden.

pseudochromis-fridmaniHet zijn “harde” vissen die minder goede aquariumcondities toch kunnen doorstaan. Zo kunnen ze overleven in aquaria die hogere nitraatwaarden bevatten en een laag zuurstofgehalte hebben. Om die reden is er ook weinig uitval bij het verschepen van de vindplaats naar de aquariumgroothandel. Opgelet indien u levend steen uit uw aquarium verwijdert, vaak zitten ze hierin verborgen zonder dat u het weet.
Ze zijn niet kieskeurig wat hun voeding betreft. Ze eten het liefst kleine kreeftachtigen zoals Mysis, Artemia, Krill en Copepoden (plankton) maar ook fijngesneden mosselen, inktvis en droogvoer worden gretig aangenomen. Door eenzijdige voeding kunnen ze soms wel eens van kleur vervagen, dus u kunt best een zo groot mogelijke variatie voedsel aanbieden

Soorten uit de Rode Zee verlangen een iets hoger zoutgehalte (SG. 1.030) doch kunnen gemakkelijk aan een lager zoutgehalte gewend worden mits het langzaam gedaan wordt. Het is ook raadzaam het aquarium goed af te sluiten met een net of met dekruiten, want zeebaarsjes kunnen bij verontrusting of wanneer ze achterna worden gezeten wel eens uit het water springen. Zelfs het plotseling in- of uitschakelen van de aquariumverlichting of andere verlichting kan dit gedrag veroorzaken. Het creëren van voldoende schuilplaatsen en holen is een noodzaak om “gedragsproblemen” met dwergzeebaarzen tot een minimum te beperken.
P. marshallensisIn de natuur leven ze paarsgewijs of in kleine groepjes. Als ze in kleine groepjes leven dan zwemmen ze toch niet te dicht bij elkaar en laten ze een kleine afstand tussen elkaar. Indien men in een (voldoende groot) aquarium een groepje inbrengt, zal zich een harem vormen. Het sterkste en grootste exemplaar zal een mannetje worden, en de rest zullen wijfjes blijven.

Toch kunnen dwergzeebaarzen best slechts als één enkel exemplaar in een huiskameraquarium verzorgd worden. Ze worden best zo klein mogelijk aangekocht, zo kunt u ze het gemakkelijkst overwennen. Wilt u toch meerdere exemplaren houden dan moet u beslist een groepje of een paartje aankopen en de dieren samen in het aquarium overbrengen. Dit gaat het best met de redelijk vreedzame Pseudochromis fridmani, indien het aquarium groot genoeg is

P. fridmani x sankeyiEen aantal Pseudochromissoorten zijn endemisch in de Rode Zee (komen enkel daar voor). In Israël is het vangen van deze dieren streng verboden en in de omringende landen is de vangst zeer beperkt toegestaan. Gelukkig voor ons is er eind jaren ‘90 een intensief onderzoek- en ontwikkelingsproject opgestart bij de onderzoekingsafdeling van de Red Sea Fish Farm Ltd. in Eilat in Israël. Hier is men er in geslaagd om P. fridmani en P. flavivertex in gevangenschap te kweken. Dankzij deze onderzoeken werd onder andere Pseudochromis fridmani reeds door verschillende aquarianen gekweekt. Ondertussen zijn ook andere soorten met succes in gevangenschap gekweekt. Jammer genoeg is daardoor de prijs niet spectaculair gedaald, maar worden ze toch nog regelmatig in de handel aangeboden. Indien ze niet meer in gevangenschap gekweekt zouden worden, zouden we ze waarschijnlijk helemaal niet meer kunnen aankopen.

Van een aantal soorten zijn reeds hybriden verkrijgbaar. Zo zijn kruisingen van P. fridmani en P. sankeyi tegenwoordig regelmatig in de handel verkrijgbaar, meestal lichtblauw van kleur. Uitzonderlijk komen er ook lichtviolette exemplaren met een volledig horizontale zwarte dwarsstreep voor.

Negen soorten gaan we aan een nader onderzoek onderwerpen.

Pseudochromis aldabraensis (Oranje dwergbaars) Bauchot-Boutin, 1958

Pseudochromis aldabraensis Wordt ongeveer 8,5 cm en komt voor van de Arabische Golf tot Pakistan. Hij komt ook voor in Sri Lanka. Het meest is hij te vinden in de Golf van Oman. Dit is misschien wel de meest prachtig gekeurde dwergzeebaars. Het lichaam is geeloranje met een iriserende blauwe streep van snuit tot staartvin, een andere loopt van de bovenkaak naar het kieuwdeksel. Verder nog twee blauwe strepen over de iris.

Hij heeft nog blauwe accenten op staart- en rugvin. Meestal komt er nog rood voor in de vinnen.

Hij houdt zich het liefst op kort tegen de koralen op diepten van 1 tot 3 meter maar hij wordt ook aangetroffen tot 40 meter diepte. We treffen ze gewoonlijk aan in koppels die een territorium van circa 1 m² vormen. In het aquarium zijn ze vrij agressief tegen andere aquariumbewoners van dezelfde grootte en kleiner. Ook uw kleinere garnalen zullen als een snoepje worden beschouwd! Hij zou ook koker- en borstelwormen eten doch ik heb dit in mijn aquarium niet kunnen waarnemen, hoewel ik van beide wormensoorten een overvloed had. Deze soort wordt met succes in gevangenschap gekweekt.

Pseudochromis cyanotaenia Bleeker, 1857

Pseudochromis cyanotaeniaDeze soort wordt aangetroffen van Indonesië tot de Gilbert-Eilanden, van het noorden van de Ryukyu-eilanden tot het zuiden van het Groot Barrièrerif, tussen rotsen en in getijdenpoelen tot 10 meter diepte en leeft meestal verscholen in holen en spleten

Het lichaam van het mannetje is geel tot geelgroen aan de voorzijde en gaat geleidelijk over in donkerblauw naar het achterlichaam toe. Een gele lijn loopt onder de rugvin en hij heeft blauwe strepen op de flanken. Het wijfje heeft een bruin lichaam met een oranje tot geel-oranje staartvin en oranje aan de basis van de rugvin en de aarsvin. Hij wordt ongeveer 7 cm lang en eet voornamelijk kleine kreeftachtigen.   

Het is een zeer rustige en vreedzame soort. Soms agressief tegenover kleine lipvissen. In het aquarium is het een tamelijk harde soort. Verschuilt zich veel en komt in een gezelschapsaquarium met levendige vissen niet aan voldoende voedsel. Ook deze soort heeft in het aquarium al eieren afgelegd.

Pseudochromis dilectus (Sri Lanka dwergzeebaars) Lubbock, 1976

Pseudochromis dilectusVerschillende kleurvormen komen voor. De meest frequente vorm heeft een geeloranje voorzijde en een blauwgrijs achterlichaam met golvende gouden lijnen over de rug. Maximale lengte tot 10 cm   
Deze soort is endemisch en enkel gekend van Sri Lanka in lagunen rond het rif. Ze verschuilen zich tussen de takken van hard en softkoraal op diepten tussen 8 en 15 meter.
P. dilectus kan zeer agressief zijn, vooral tegenover soortgenoten. Door zijn rebellerend gedrag is enige terughoudendheid aan de dag te leggen alvorens hem in een rifaquarium in te brengen. Het is een zeer harde soort die alles eet en drastische veranderingen in de watersamenstelling kan verwerken.   
In tegenstelling tot sommige van zijn soortgenoten behoudt hij zijn kleur goed in gevangenschap, mits voldoende gevarieerd voedsel wordt aangeboden.

Pseudochromis dutoiti Smith, 1955

Pseudochromis dutoitiDeze soort wordt vaak verward met P. aldabraensis, waar ze bijzonder veel gelijkenissen mee vertoont. P. dutoiti verschilt echter door een paar blauwe lijnen aan de boven- en de onderkant van de staartvin en is eerder olijfgroen dan oranje. De vindplaats is ook meer zuidelijker, van Kenia tot Zuid-Afrika en wordt veel aangetroffen in Sodwana Bay. Men kan hem vinden tussen de rotsen en de steenkoralen aan de buitenkant van de riffen. Hoewel hij van naam veel te vinden is in de aquariumhandel is het vrijwel steeds P. aldabraensis die aangeboden wordt onder de verkeerde naam. P. dutoiti heb ik nog maar zelden in een winkel kunnen aantreffen.

Tot zover deze keer. In het volgende nummer bespreek ik de rest

Germain Leys


Ga naar boven